Reisdagboek, januari 2008

Eerste bezoek aan de staat Chhattisgarh in Centraal-India

Wadrafnagar, 5 januari

Kamla heeft veel kleine rimpeltjes rond haar ogen, haar haar dat ooit ravenzwart moet zijn geweest, draagt ze in een knot, ze loopt traag, een beetje krom al (ook hier laat de tijd zijn sporen na) en ze brengt me – o, toppunt van luxe! – een emmer warm water. Want het is koud, verschrikkelijk koud. Het kwik zakt niet onder nul en toch dringt, als de zon eenmaal onder is, een ijselijke kou door merg en been.

FOTO 1 KOUDE

Maar al de kinderen (met meer dan vijfhonderd zijn ze in deze missiepost, de jongste is net vijf geworden) moeten zich wassen zonder warm water. Ik heb ze net voorbij zien komen, mooi in rijen én in stilte, op weg naar de avondmeditatie, rillend onder hun dunne dekentjes. Er is geen enkele voorziening om de kou te verjagen. Ze warmen zich aan elkaars nabijheid. Ze leven samen, lachen samen, wenen samen, werken samen en vergeten samen de kou…

Na het warm water word ik door Kamla ingewijd in de kunst van de massage tegen vermoeidheid. Ons gesprek dwaalt af naar geneeskrachtige planten, die je in de jungle overal vindt en die zij erg goed lijkt te kennen. Kamla vertelt hoe zij als klein meisje van haar moeder leerde die planten te herkennen en ze te vinden – ze waren met velen thuis, en arm. En hoe gelukkig zij was toen zij, door een toevallige ontmoeting, de kans kreeg naar school te gaan. Kamla vertelt en blijft vertellen… en de beelden van een leven vullen de kleine kamer. De kou voel ik niet meer.

Jaganath, 6 januari

De okerkleurige aardewegen zitten vol bulten en putten. Als we na een paar uur jeep uitstappen, voelen we ons compleet ‘bepoederd’ en een beetje geradbraakt. De kinderen staan al ruim een uur op ons te wachten, want we hebben vertraging opgelopen. Ze wachten… de muzikanten in de dop, zij die klaarstaan met de bloemenslingers, degenen die ons zullen vereren met een tikka (de rode stip op het voorhoofd, hier een welkomstteken), en al die anderen van wie de voetjes niets liever willen doen dan dansen.

Op muziek begeleidt de kleurrijke stoet ons naar onze stoelen. Als het weer stil is, kan ‘the program’, zoals ze dat hier noemen, beginnen: welkomstwoord, lokale dansen… We kennen het ritueel intussen door en door, en toch verveelt het nooit omdat de kinderen er zoveel toewijding, ijver en bedrevenheid in steken.

FOTO 2 DANSEN

Na afloop tronen de zes leraressen ons mee naar hun verblijf: een smal, langwerpig lokaaltje achter de klassen, waarin zes bedden naast elkaar staan en een kleine tafel die dient als gemeenschappelijk bureau. Ze zijn jong, charmant en opgewekt. Er wordt gebabbeld en gelachen en de sfeer is feestelijk, ondanks de deprimerende kaalheid van de kamer.

Maar plots verandert de toon, voorhoofden worden gefronst, in de ogen staat bezorgdheid te lezen. De oudste van de leraressen legt ons uit dat ze al zes maanden niet meer betaald zijn. Ze hebben kost en inwoning, en de belofte dat alles weldra in orde komt, maar hoe lang zullen hun families het redden zonder hun salaris?

Bij het avondeten vraag ik voorzichtig verder. Ach ja, er is een achterstal, maar het geld moet onderweg zijn, dat komt wel in orde, en ze hebben toch… kost en inwoning!!!

Waarachtig, na dertig jaar laat ik me nog altijd verrassen door een wereld die zo anders is…

Jingho, 7 januari

De avond valt. Ik kijk met plezier naar de troepen ruziënde apen langs de weg. De mensen hier houden niet van die apen, omdat ze alle soorten van schade aanrichten. Maar hoe kun je weerstaan aan hun donkere, brutale smoeltjes en aan hun toch zo… menselijke maniertjes!

FOTO 3 APEN

Father Cyril stelde voor een binnenweg te nemen, en we rijden over kleine dorpswegels langs bucolische taferelen: vrouwen aan de waterput, ossen die onvermoeibaar de molensteen doen draaien, kleine vuurtjes waarop straks de chapati’s voor het avondeten worden gebakken… Is dit het jaar 1, het jaar 1000 of het 3de millennium?!

FOTO 4 VROUWEN

Plots moeten we stoppen voor een kleine processie: een dorp gaat rond met ‘zijn God’. Hij wordt gedragen door de vrouwen en omringd door de kinderen, terwijl de mannen volgen op het ritme van een tamboerijn en belletjes. De ceremonie duurt niet zo lang: er worden wierook, vruchten en bloemen geofferd, waarna de God naar huis terugkeert zoals hij gekomen is. Dan kan het dansen beginnen, en dat zal wél de hele nacht doorgaan.

De kinderen, die op een gammel bed bij elkaar zijn gaan zitten, gedragen zich eerbiedig: ze zijn zich bewust van de ernst van het gebeuren, ook zij weten al dat deze dag gunstig is voor de oogst. Misschien zullen diezelfde kinderen zich morgen over hun schoolboeken buigen en al de complexiteit ontdekken van deze wijde wereld en van het Geloof van de mens.

FOTO 5 GOD

Bhagwanpur, 8 januari: de balans

Ik schrijf u van onder mijn muskietennet, een kleine, knusse en afgesloten ruimte. Vergeleken met de donzen dekbedden die wij gewoon zijn, wegen de dekens zwaar en het net houdt de wind niet buiten. Het is koud, ik duffel me in met pull, anorak en sokken en zo zal ik de slaap wel vinden. Maar wat met al degenen die ik vandaag ben tegengekomen?

Jaren geleden heeft een vriendin me gezegd: “Ik heb in India veel meer zien sterven van kou dan van honger…” Vandaag geloof ik haar.

Hier is India niet veranderd. Het lijkt alsof mannen en vrouwen al duizenden jaren dezelfde handelingen doen. Hier is er geen economische boom, geen spitsindustrie die multinationals aantrekt… Hier leven ze op de maat van de seizoenen, op de maat van de moessons.

FOTO 6 WASSEN

De helderheid van de stilte, de schoonheid van de blauwende hemel bij dageraad, het vreedzame, ritmische kletsen van wasgoed bij de rivier, de trage maar vastberaden tred van de herder die weet waarheen hij gaat… een stukje paradijs, tenminste als je beslist even niet te letten op de tekenen van een armoede die wij ons zelfs niet meer kunnen voorstellen.

FOTO 7 HERDER

Hier biedt India het kostbaarste wat het bezit: zijn frisse, blije kracht die de ogen van de kinderen doet glinsteren, en zijn rustige gehechtheid aan het leven, aan een hier en nu dat geworteld is in een duizendjarige ervaring…

Chhattisgarh… je hebt me veroverd!

 

 





Naamloos document